Accountability (principe): Reageer wanneer er iets nodig is, houd je aan afspraken, en neem verantwoordelijkheid over het beloop van de organisatie.

Activiteiten: Het doen en organiseren van werk en dagelijks activiteiten binnen de kaders die zijn gedefinieerd door governance.

Activiteiten backlog: Een zichtbare lijst van (meestal geprioriteerde) nog op te leveren werkitems (op te leveren resultaten).

Alignment: Het proces om de acties van alle delen van een organisatie op één lijn te brengen met de doelstellingen van de organisatie.

Backlog: Een (geprioriteerde) lijst van werk gerelateerde items (deliverables), of (drivers) die nog moeten worden opgepakt.

Behoefte: Het gebrek aan iets wat gewenst of noodzakelijk is (een vereiste).

Beoogde Resultaat: Het verwachte resultaat van een overeenkomst, actie, project of strategie.

Bezwaar: Een argument – gerelateerd aan een voorstel, besluit, bestaande overeenkomst of actie – die onbedoelde gevolgen of potentiële manieren om te verbeteren onthult.

Cirkel: Een zelfsturend en semi-autonoom team van gelijkwaardige mensen die samen verantwoording geven aan een domein.

Complexiteit: Een omgeving waar onbekenden onbekend zijn, oorzaak en gevolg alleen achteraf begrepen kunnen worden, en acties tot onvoorspelbare veranderingen leiden. [Snowden en Boone]

Continue Verbeteren (beginsel): Incrementeel veranderen zodat gestaag empirisch leren kan plaatsvinden.

Coördinatie: Het proces dat het mogelijk maakt voor individuen of teams om effectief samen te werken over verschillende domeinen heen om zo gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken.

Delegator: Een individu of groep die de verantwoording voor een domein overdragen aan (een) ander(en).

Delegeren: Het verlenen van gezag van de ene partij (de delegator) aan een andere (de gedelegeerde) om verantwoording te geven aan een domein, (dat wil zeggen bepaalde dingen te doen en/of bepaalde besluiten te nemen) waarvoor de delegator de algemene verantwoordelijkheid behoudt.

Deliverable: Een product, service, component of materiaal dat is geleverd in reactie op een driver van de organisatie.

Doel: Een (specifiek) resultaat dat een persoon of team of organisatie wil bereiken; een streven of een doel.

Domein: Een afgebakend gebied van invloed, activiteit en besluitvorming binnen een organisatie.

Domein op gelijk niveau: Twee domeinen bevinden zich binnen hetzelfde directe superdomein en kunnen overlappen.

Driver: Het motief van een persoon of een groep om te reageren op een specifieke situatie.

Driver van de Organisatie: Een driver is het motief van een persoon of groep om te reageren op een specifieke situatie. Een driver is een driver van de organisatie als een reactie op deze driver de organisatie zou helpen om waarde te genereren, verspilling te elimineren of schade te voorkomen.

Effectiviteit (beginsel): Besteed alleen tijd aan wat je dichter bij het bereiken van je doelstellingen brengt.

Empirisme (beginsel): Test alle veronderstellingen door te experimenteren en te reviseren.

Evolueren (v.): geleidelijk ontwikkelen.

Gedelegeerde: Een individu of groep die de aansprakelijkheid aanvaardt voor een domein dat aan hen is overgedragen.

Gekozen waarden: Een set van principes van een team (of een organisatie) die zij gezamenlijk hebben gekozen en aangenomen als richtlijnen voor gewenst gedrag in de samenwerking.

Gelijkwaardigheid (beginsel): Betrek mensen bij het nemen van de beslissingen die hen raken.

Governance: Het vaststellen van doelstellingen en het nemen en ontwikkelen van besluiten die ervoor moeten zorgen dat deze doelstellingen ook worden bereikt.

Governance backlog: Een zichtbare, geprioriteerde lijst van items (drivers) die gerelateerd zijn aan het besturen van een domein en aandacht nodig hebben.

Hulpteam: Een team van gelijkwaardige mensen met het mandaat om een specifieke reeks van eisen uit te voeren welke bepaald zijn door een delegerende persoon.

Inchecken: Een korte vermelding waar u iets deelt over wat u aandacht heeft, hoe het met u gaat, welke gedachten, gevoelens, afleidingen of behoeften u heeft.

Instemming (beginsel): Zoek bewust naar en benoem bezwaren op beslissingen en acties en zoek naar oplossingen voor deze bezwaren.

Kernverantwoordelijkheden: Essentieel werk en besluitvorming noodzakelijk in de context van een domein.

Kiezer: Een team (bijv. een cirkel, team, afdeling, branch, project of organisatie) dat autoriteit delegeert aan een vertegenwoordiger om namens hen te handelen in andere teams of organisaties.

Logboek: Een (digitaal) systeem om alle informatie op te slaan die relevant is voor het sturen van een organisatie.

Open Domein: Een domein dat wordt verantwoord door een groep mensen die worden uitgenodigd om bij te dragen wanneer ze dat kunnen.

Organisatie: Een groep mensen die samenwerken aan een gedeelde driver (of doel). Vaak verdeelt een organisatie zich in verschillende teams.

Overeenkomst: Een overeengekomen richtlijn, proces, beleid of protocol dat is ontworpen om de stroom van waarde zo goed mogelijk te geleiden.

Patroon: Een sjabloon voor het succesvol navigeren van een specifieke context.

Primaire Driver: De primaire driver voor een domein is de hoofddriver waar mensen die verantwoordelijk zijn voor dat domein op reageren.

Principe: Een basisidee of regel die richting geeft aan gedrag, of bepaalt of verklaard hoe iets gebeurt of werkt.

Rol: Een domein dat is gedelegeerd aan een individu.

Semi-autonomie: De autonomie van mensen om waarde te creëren binnen hun domein, verder beperkt door hun eigen governance besluiten en bezwaren (waaronder die van de delegator en van vertegenwoordigers).

Sociocratie: Een denkwijze waarbij mensen die door besluiten worden getroffen, deze kunnen beïnvloeden op basis van redenen om dat te doen.

Sociocratische Kring-organisatie Methode (SKM): Een op sociocratisch principes gebaseerde egalitaire bestuursmethode voor organisaties, ontwikkeld door Gerard Endenburg in Nederland.

Spanning: Een persoonlijke ervaring, een teken van dissonantie tussen hoe iemand zou willen dat het is en hoe iemand vindt dat het werkelijk is.

Strategie: Een hoog over aanpak voor hoe mensen waarde gaan creëren om succesvol invulling te geven aan (de driver en doelstelling van) een domein.

Stroom van waarde: Deliverables die door de organisatie heen stromen richting andere stakeholders en/of klanten.

Subdomein: Een domein dat volledig binnen een ander domein valt.

Subdriver: Een subdriver ontstaat als gevolg van het reageren op een andere driver (de superdriver) en is van essentieel belang om effectief te reageren op de superdriver.

Superdomein: Een domein dat een ander domein volledig omvat.

Superdriver: zie subdriver.

Team: Een groep mensen die samenwerken naar een gedeelde bestuurder (of objectief). Meestal maakt een team deel uit van een organisatie, of wordt het gevormd als een samenwerking van verschillende organisaties.

Timebox: Een vooraf afgesproken tijdsperiode die te besteden is aan een specifieke activiteit (die niet noodzakelijkerwijs is afgerond aan het einde van de timebox).

Transparantie (beginsel): Alle informatie toegankelijk maken voor iedereen in een organisatie, tenzij er een goede reden is om dit niet te doen.

Verantwoordelijk zijn voor (w.): de verantwoordelijkheid nemen voor iets.

Verspilling: Alles dat onnodig is of in de weg staat om op een (meer) effectieve manier te reageren op de driver.

Waarde: Het belang of nut van iets in relatie tot de driver. Het kan ook een principe zijn dat dient als richtlijn voor gedrag, dan meestal in het meervoud (waardes).

Waarden: Waardevolle principes die dienen als richtlijnen voor gewenst gedrag. Niet te verwarren met waarde (enkelvoud) in de context van een driver.

Zelforganisatie: Elke activiteit of proces waarmee mensen hun dagelijkse werk organiseren zonder invloed van een externe tussenpersonen, en binnen kaders die zijn gedefinieerd door governance. In elke organisatie of team bestaan zelforganisatie en externe invloed naast elkaar.

Zelfsturing: Mensen die zichzelf besturen binnen de kaders van een domein.

Zorg: Een aanname dat iets doen (zelfs in de afwezigheid van bezwaren) mogelijk in de weg kan staan van een (meer) effectieve reactie op een organisatiedrijfveer.